15. De tachtigjarige oorlog

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog had Moerdijk een strategische positie, op de grens van Holland en Brabant. De oorlog liet de regio niet ongemoeid; Zevenbergen wordt ingenomen, Spaanse plundertochten maken slachtoffers, Willemstad en Klundert worden met vestingen versterkt, slechte omstandigheden zorgen voor ziekte en verval…
VorigeVolgende

De Tachtigjarige Oorlog markeert een belangrijke periode in de ontwikkeling van Klundert en Willemstad. Het leven was door de vele rooftochten zwaar en slechte omstandigheden zorgden voor ziekte en verval. Na het Twaalfjarig Bestand was het soms op het platteland nog onveilig door plunderaars en troepen die rondom het beleg van Breda gelegerd waren. Het strijdtoneel, hoewel soms dichtbij, lag iets zuidelijker.

Aanvang

De veldtochten van Willem van Oranje in 1568 worden doorgaans gezien als het startpunt van de Tachtigjarige oorlog. De veldslagen waren ver van het Moerdijks grondgebied. Maar toch was er enige betrokkenheid, want bij de slag bij Heiligerlee sneuvelde Jan de Ligne, heer van Zevenbergen en graaf van Aremberg (1). Die moest aan de kant van Alva en Filips II de prins van Oranje verdrijven. Van een echte oorlog was in het begin nog geen sprake. Maar zowel de Staatse als de Spaanse troepen en vrijbuiters en watergeuzen zagen kans het eilandengebied, dat Moerdijk toen was, met regelmaat te plunderen. Moerdijk lag op een strategische positie, met veelal Hollandse gebieden op de grens van Holland en Brabant.

Fortificatie

De oorlog liet Moerdijk dan ook niet ongemoeid. Rond 1570 weigerde drost Aernt van Dorp de godsdienstplakkaten uit te voeren en nam ontslag. Zijn gezin gaat naar Mechelen, waar hij in oktober 1572 moet vluchten. Zijn dochters, die hij daar moet achterlaten, worden door de Spanjaarden gegijzeld. Eind 1574 worden ze vrijgekocht. Hij wordt vanaf dan in de opstand een belangrijke financier en adviseur van Willem van Oranje. Op 10 november 1582 nam dezelfde Van Dorp, namens Willem van Oranje de eed van trouw af in Ruigenhil. Kort daarop wordt besloten Ruigenhil te versterken en wordt al van de Willemstad gesproken. In diezelfde periode wordt ook Klundert (2) gefortificeerd (1581-1588). Klundert is gedurende de Tachtigjarige Oorlog nooit belegerd. Rond 1575 wordt fort Noordam, aan de Roodevaart ten noorden van Zevenbergen, gebouwd. Aernt van Dorp wordt later door het bestuur van Zevenbergen gevraagd bij de bevelhebbers van de Staatse troepen te pleiten voor hun zaak.

Reformatie

Deze roerige periode biedt ook een voedingsbodem voor de reformatie. De pastoor van Ruigenhil verlaat zijn post, de pastoor van Standdaarbuiten vlucht naar Zevenbergen en predikanten kregen de ruimte. Maar ook Zevenbergen was niet veilig, want pastoor Daniels van Zevenbergen moet in 1610 vluchten naar Terheijden. De aanwezigheid van protestantse manschappen zal zeker bijgedragen hebben aan de reformatie in onze omgeving.

Het Turfschip

Begin 1590 speelde fort Noordam nog een kleine rol in de list van het Turfschip. De soldaten die in het turfschip van Adriaan van Bergen plaatsnamen, waren gelegerd op fort Noordam (3) en stapten bij Zwartenberg op het schip. Onder leiding van Charles de Heraugiere, wiens zoon Maurits in 1619 huwde met een kleindochter van de Zevenbergse schepen Olivier Gerritsz Vuytenweert, werd Breda met de list van het Turfschip ingenomen. Kort daarna, we schrijven 26 maart 1590, veroverde een Spaanse legereenheid onder de veldheer Mansfeld de stad Zevenbergen. Echter het fort Noordam, dat onder leiding stond van Matthijs Heldt, kon, mede door versterking van troepen vanuit Klundert, niet ingenomen worden.

Het was wel het laatste grote wapenfeit van het fort, dat vanaf die tijd in verval raakte, onder andere door brandschade in november 1590.

Plunderingen en Rampspoed

Het blijft rumoerig. Ondanks pogingen van de steden en dorpen om een zogenaamde sauvegarde te verkrijgen, worden nu en dan plundertochten gehouden. Tijdens één van deze plundertochten komen negentien inwoners van Fijnaart om het leven. Tot overmaat van ramp kregen als gevolg van armoede en vernielingen ook besmettelijke ziekten vrij baan. De pest maakte in de jaren 1604, 1605 en 1606 veel slachtoffers. Het Twaalfjarig Bestand, tussen 1609 en 1621, kwam dan ook als geroepen.

Slot

De tweede helft van de Tachtigjarige Oorlog werd verder van huis gevoerd. De vestingwerken van Willemstad werden door prins Maurits nog eens versterkt. De vestingsteden kregen te maken met soldaten, die er gelegerd werden. Dat bracht aan de ene kant inkomsten met zich mee, maar ook overlast. Soms werden de polders onder water gezet, wat grote schade toebracht aan de landbouwers. Ook kreeg men in de polders te maken met plunderende militairen, die meestal veelal uit waren op paarden en koeien. Vaak moest dan weer een beroep worden gedaan op de verpachters.

Nadat het Staatse leger in 1637 Breda had heroverd, werd in 1639 en 1642 toch weer melding gemaakt van Spaanse soldaten die in de nachtelijke uren op rooftocht uit waren. De vrede werd uiteindelijk in Munster in 1648 gesloten. De katholieke heer van Zevenbergen deed afstand van zijn stad en land ten behoeve van Amalia van Solms, de weduwe van Frederik Hendrik. Zo verloor het huis van Aremberg niet alleen in 1568 haar graaf, maar uiteindelijk ook in 1648 de heerlijkheid Zevenbergen.

Bronnen:
– ‘De Vesting Willemstad, deel 1: Willemstad in de Tachtigjarige Oorlog’, door C.A.I.L. Van Nispen, 1983.

– Het fort Noordam, door A. Korteweg, in: Oud Nieuws 17 (1986), p.18-24

Bronnen illustraties:
– 2.  Foto J.L. van Loon, wikipedia: Vestingwerken van Klundert
– Overige illustraties: Regionaal Archief West-Brabant

1. Jean de Ligne, graaf van Aremberg en heer van Zevenbergen, 1525-1568.
2. Vestingwerken aan de noord- en zuidzijde van Klundert zijn goed bewaard gebleven.
3. Aanval op fort Noordam in 1590.
4. Plattegrond van de vesting Willemstad, 1586.
VorigeVolgende
linkedin facebook pinterest youtube rss twitter instagram facebook-blank rss-blank linkedin-blank pinterest youtube twitter instagram